Dank allemaal voor de reacties! Hierbij een update met veel plaatjes. Ik heb de motoren eindelijk gespoten en daarna in elkaar gezet. Ook zo voor de propellers.


Eerst maar even de motorbehuizing. Die zijn nu klaar. Één is open, de andere normaal gesloten.

Dan de motoren. Links de SBS model 3D geprinte Cyclone motoren die ik voor deze kit ga gebruiken. Rechts de twee Quickboost versie (waarvan één alvast met PE ignition harness/manifold) en rechts boven één van de twee PSR72014 'late' Cyclone's die straks op de Grumman Trader komen. Eigenlijk zijn die laatste de mooiste. Maar zoals eerder gezegd; de SBS model Cyclones hebben een gedetailleerde achterkant en die komt hier goed uit.

Dit zijn de uitlaten inmiddels verweerd en met wat roest.


En de motor opgebouwd, met de uitlaten op hun plaats.

De uitdaging zat in het bevestigen van de drie "paddles". Dat zijn 3x twee uitlaatpijpjes, waar per verzamelpunt drie cilinders op uitkomen.

Dat heb ik uiteindelijk zo opgelost: de losse paddles zijn geklemd tussen de scratch uitlaten en de openingen in de motorbehuizing. Alleen zo kon ik ze onder de juiste hoek laten uitsteken. Het is het idee dat je later niet kan zien dat ik hier en daar wat gesmokkeld heb...

Dan door met de propellers. Hier komen ze uit hun verpakking en het zijn voldoende bladen voor 6 props (dus ook vast voor de Trader en de Tracer).

Zes bladen krijgen een gele tip markering. Die voor de US Navy Trader en Tracer de bekende Wit/rood/Wit markering.
Citaat:
De standaard markeringskleur van propeller tips in de periode van de Tweede Wereldoorlog en daarna was oranje/geel. Dat stak goed af bij het donkere Sea Blue van de US Navy of de olijfgroene toestellen van de Airforce. Maar al snel na de oorlog vroegen Navy units die waren uitgerust met oranje doelslepers of gele lesvliegtuigen om een aanpassing om de tips bij een draaiende propeller meer te laten afsteken. Het Bureau of Aeronautics van de US Navy gaf daarop toestemming een 2,5 cm rode streep toe te voegen aan het midden van de tipmarkering. Op 29 september 1944 werd deze markering officieel erkend, maar met de toevoeging dat het geel vervangen moest worden door wit. Vanaf december 1961 werd bepaald dat W/R/W de standaard moest worden en dat drie kleurenbanen een onderlinge verhouding 3/6/3 inch moesten hebben.
De MLD ging in 1964 over op het vervangen van de 4-inch gele propeller tips. Aanvankelijk alleen door een rood vlak en vanaf 1966 door de bekende W/R/W markering. Uiteindelijk zijn alle bepalingen in 1968 opgenomen in Navy-MIL-M-25047-C. Daar staat bijvoorbeeld ook in dat de staartrotor van de S-58 juist weer rood-wit-rood moest zijn en dat de definitie van het rood FS 31136 Insignia Red is.
Geïnspireerd door foto's van voor 1965 heb ik gekozen voor gele tip markeringen.

Bron: Joep Fraats via vlaggeschipsmaldeel5 (AI enhaced quality)
Citaat:
De propellernaven van de MLD Trackers waren in de basis zwart, zoals de Canadese Trackers van VSQ 1 op Hato. Maar soms werden ze in squadronkleuren geschilderd. Uit fotoanalyse blijkt dat VSQ 4 (1960-1971) rood gebruikte en VSQ 2 (1962-1970) blauw. In de laatste jaren als doelsleper bij VSQ 5 en VSQ 320 werd alleen nog zwart toegepast en dat is dan ook de kleur die is terug te vinden op de toestellen die bewaard zijn gebleven. De geel/groene primer is (waarschijnlijk) alleen in de periode 1964/1965 toegepast als onderdeel van de midlife update.

Het is niet goed zichtbaar op de foto, maar de basis is mat zwart. Daarbij zijn de de-ice boots afgeplakt met tape en daarna is er een laagje black gloss overheen gegaan.

Vervolgens de afwerking met Alclad 119. Door de mat en glanzende ondergronden hoop ik het effect van twee metaallegeringen na te bootsen.

De opbouw van de props met de meegeleverde mallen.

En aan het einde van deze update alles bij elkaar. Al met al een leuke klus om te doen! De volgende update zal het spuiten van de romp in de laatste varnish zijn (de decals zitten er inmiddels allemaal op) en natuurlijk het landingsgestel.
Dank voor het volgen en tot de volgende,

VJ